Dienstencheques duurder vanaf 1 januari 2014

Op 1 januari 2014 stijgt de aankoopprijs van een dienstencheque van 8,50 euro tot 9 euro voor de eerste 400 dienstencheques per persoon per kalenderjaar, of voor de eerste 800 dienstencheques per gezin per kalenderjaar. Elke bijkomende dienstencheque kost vanaf dan 10 euro, in plaats van 9,50 euro.

Aankoop dienstencheques

Dienstencheques kunnen enkel gebruikt worden voor het vergoeden van gepresteerde arbeidstijd. Wie dienstencheques wil aankopen, stort het bedrag van de aanschafprijs van de cheques aan het uitgiftebedrijf van de dienstencheques. De bestelling moet gaan over minimum 10 dienstencheques.

De dienstencheque heeft voor de gebruiker een geldigheidsduur tot het einde van de achtste maand die volgt op de maand van zijn uitgifte.

Een gebruiker kan per kalenderjaar maximum 500 dienstencheques aanschaffen (hoger maximumaantal voor mindervalide gebruikers met al dan niet kinderen ten laste en gebruikers die een éénoudergezin vormen met kinderen ten laste). Voor een gezin bedraagt dit maximum 1.000 dienstencheques.

Tegemoetkoming dienstencheques

Nadat het uitgiftebedrijf de dienstencheques heeft gevalideerd, stort het binnen de 10 werkdagen na de ontvangst van de dienstencheque die de erkende onderneming heeft opgestuurd, een bedrag gelijk aan de aanschafprijs van die cheque, vermeerderd met de tegemoetkoming die voorgeschoten werd aan het uitgiftebedrijf, op de bankrekening van de erkende onderneming.

Het bedrag van deze tegemoetkoming is vanaf 1 januari 2014 gelijk aan:

13,04 euro per dienstencheque voor de dienstencheques waarvan de aanschafprijs 9 euro bedraagt, en

12,04 euro per dienstencheque voor de dienstencheques waarvan de aanschafprijs 10 euro bedraagt.

Het bedrag van de tegemoetkoming is gelijk aan:

13,54 euro voor elke geldige bestelling van een dienstencheque die vóór 1 januari 2014 is betaald door de gebruiker en waarvan de aanschafprijs 8,50 euro bedraagt;

12,54 euro voor elke geldige bestelling van een dienstencheque die vóór 1 januari 2014 is betaald door de gebruiker en waarvan de aanschafprijs 9,50 euro bedraagt. De datum van betaling is telkens de datum waarop de rekening van het uitgiftebedrijf gecrediteerd werd.

Kortere geldigheidsduur dienstencheques

Dienstencheques die aangekocht worden tussen 1 september 2013 en 31 december 2013 zullen een geldigheidsduur hebben tot en met 30 april 2014. Deze cheques zullen dus ook maar tot 30 april 2014 kunnen gebruikt, omgeruild of terugbetaald worden.
De Regering nam deze maatregel om te vermijden dat veel gebruikers vlak voor de prijsstijging nog een groot aantal dienstencheques aankopen en daardoor een groot deel van de besparingsmaatregel teniet doen.

Dienstencheques die omgeruild worden vóór 1 januari 2014, kunnen omgeruild worden tegen nieuwe cheques met een nieuwe geldigheidsduur tot en met 30 april 2014 voor de gebruiker en met een nieuwe geldigheidsduur tot en met 31 mei 2014 voor de erkende onderneming.

Voor dienstencheques aangekocht vóór 1 januari 2014, die omgeruild worden na 31 december 2013, zal het uitgiftebedrijf van de gebruiker een bijkomende tussenkomst van 0,50 euro per dienstencheque eisen.

Voor dienstencheques aangekocht vóór 1 januari 2014, die vervangen worden na 31 december 2013 (verlies of diefstal), zal het uitgiftebedrijf van de gebruiker een bijkomende tussenkomst van 0,50 euro per dienstencheque eisen.

In werking

Het KB van 17 augustus 2013 treedt in werking op 1 januari 2014.

Dit met uitzondering van artikel 11ter, 3de, 4de en 5de lid, van het KB van 12 december 2001, zoals vervangen bij het KB van 17 augustus 2013 dat in werking treedt op 1 september 2013.

Ook lager belastingvoordeel

Ter info: sinds 1 juli 2013 is het maximumbedrag waarop de belastingvermindering voor dienstencheques wordt toegepast, beperkt tot 920 euro per belastingplichtige per jaar (geïndexeerd bedrag aanslagjaar 2014: 1.380 euro).

De belastingvermindering is gelijk aan 30% van de uitgaven voor dienstencheques.

Voor dienstencheques die vóór 1 juli 2013 werden aangekocht, geldt nog het 'oude' maximumbedrag van 1.810 euro (geïndexeerd bedrag aanslagjaar 2014: 2.720 euro).

Bron: Koninklijk besluit van 17 augustus 2013 tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, BS 26 augustus 2013.

Zie ook:
- Koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, BS 22 december 2001 - art. 3, § 2, art. 8, § 1, 2de lid en art. 11ter.
- Wet van 30 juli 2013 houdende diverse bepalingen, BS 1 augustus 2013 (art. 40 en art. 42 WDB).