Woonverbod voor veroordeelde pedofielen

Een rechter kan een veroordeelde pedofiel voortaan verbieden om op bepaalde plaatsen te verblijven of te wonen. De strafuitvoeringsrechtbank kan deze bijzondere maatregel opheffen op verzoek van de veroordeelde of het openbaar ministerie. Maar alleen nadat alle betrokkenen zijn gehoord en de opgelegde minimumduur van het woonverbod werd bereikt.

Woonverbod tot 20 jaar

Het Strafwetboek biedt rechters de mogelijkheid om daders van verkrachting, aanranding van de eerbaarheid, prostitutie en zedenfeiten gepleegd op minderjarigen of met deelneming van minderjarigen het verbod op te leggen op bepaalde beroepen of activiteiten uit te oefenen of deel uit te maken van bepaalde organisaties (art. 382bis).

De wetgever voegt daar nu een bijkomende maatregel aan toe. Rechters kunnen daders nu ook verbieden om te wonen, te verblijven of zich op te houden in een bepaalde zone. De maatregel moet steeds met bijzondere redenen worden omkleed. De rechter moet rekening houden met de ernst van de feiten en de reclasseringsmogelijkheden voor de veroordeelde.

De minimumduur van het woonverbod is één jaar. De maatregel kan echter voor maximum 20 jaar worden opgelegd. Hiermee ligt ze op hetzelfde niveau als de andere maatregelen tot ontzetting uit de rechten. Het woonverbod loopt vanaf de dag dat de veroordeelde zijn gevangenisstraf heeft ondergaan of vanaf de dag van vervroegde invrijheidsstelling (art. 389 §1 Sw.).

Veroordeelden die de maatregel overtreden worden bestraft met een gevangenisstraf van één tot 6 maanden en met een geldboete van 100 tot 1.000 euro (of met één van deze straffen).

Inkorting of wijziging

De strafuitvoeringsrechtbank kan de duur van het woonverbod verminderen, bijzondere voorwaarden opleggen, het woonverbod opschorten of stopzetten. De wetgever voorziet die mogelijkheid om rekening te houden met het feit dat de omstandigheden of de situatie van de veroordeelde kan veranderen of dat het slachtoffer kan verhuizen. De bepaling wordt toegevoegd aan de bijzondere bevoegdheden van de strafuitvoeringsrechter in Strafuitvoeringswet van 17 mei 2006.

Inkorting van het woonverbod is mogelijk wanneer er ?in hoofde van de veroordeelde geen tegenaanwijzingen bestaan die betrekking hebben op het risico dat de veroordeelde de slachtoffers zou lastig vallen?.

De strafuitvoeringsrechter kan de inkorting toekennen op schriftelijk verzoek van de veroordeelde of van het openbaar ministerie. Gedetineerde veroordeelden dienen hun verzoek in op de griffie van de gevangenis die het op zijn beurt (binnen de 24u) aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank bezorgt. De gevangenisdirecteur ontvangt een afschrift van het verzoek. Hij brengt hierover advies uit binnen de 2 maanden. Het OM stapt met zijn verzoek rechtstreeks naar de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank.

De zaak wordt behandeld ?op de eerstvolgende nuttige zitting van de strafuitvoeringsrechter'. De zitting vindt plaats met gesloten deuren. De strafuitvoeringsrechter hoort de veroordeelde, zijn raadsman, het OM én het slachtoffer. Ook slachtoffers die zich tijdens het proces geen burgerlijke partij hebben gesteld, kunnen gehoord worden. Ze dienen daarvoor een verzoek in bij de strafuitvoeringsrechter of bij de justitieassistent, het OM of één van de strafuitvoeringsrechtbanken.

Wanneer een niet-gedetineerde veroordeelde om een inkorting verzoekt, kan het OM de Dienst Justitiehuizen van de FOD Justitie vragen een beknopt voorlichtingsrapport op te stellen of een maatschappelijke enquête uit te voeren.

Herroeping

De strafuitvoeringsrechter kan bijkomende voorwaarden opleggen wanneer dat nodig is in belang van het slachtoffer. Wanneer de veroordeelde deze voorwaarden niet naleeft, kan het OM de zaak opnieuw aanhangig maken bij de strafuitvoeringsrechter met de bedoeling de inkorting of opschorting van het woonverbod te herroepen.

De justitieassistent staat in voor de opvolging van en het toezicht op alle voorwaarden die door de strafuitvoeringsrechtbank of de strafuitvoeringsrechter aan de veroordeelde zijn opgelegd.

In werking?

De wijziging wordt ingevoerd door 2 wetten van 14 december 2012. Ze treden beide in werking op 2 mei 2013, 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron: Wet van 14 december 2012 tot verbetering van de aanpak van seksueel misbruik en feiten van pedofilie binnen een gezagsrelatie, BS 22 april 2013.

Bron: Wet van 14 december 2012 tot wijziging van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten met het oog op de verbetering van de aanpak van seksueel misbruik en feiten van pedofilie binnen een gezagsrelatie, BS 22 april 2013.

Zie ook
Wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten , BS 15 juni 2006. (Strafuitvoeringswet)
Wetsvoorstel tot verbetering van de aanpak van seksueel misbruik en feiten van pedofilie binnen een gezagsrelatie (Carina Van Cauter, Karine Lalieux, Marie-Christine Marghem, e.a.), Parl. St. Kamer 2012, nr. 53K2275/001.
Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten met het oog op de verbetering van de aanpak van seksueel misbruik en feiten van pedofilie binnen een gezagsrelatie, Parl. St. Kamer 2013, nr. 53K2377/001.